​"Twee derde van de corporaties verhoogt de huren maximaal", meldden de dagbladen en nieuwssites eind april. "Nog eens twintig procent zit met de huurstijging dicht tegen het maximum aan". De reden is bekend: als woningcorporaties moeten we tot en met 2017 ruim 1,7 miljard per jaar afdragen als gevolg van de verhuurderheffing. Het leidt, zoals verwacht, tot veel pijn bij corporaties en huurders. Naast de verhuurderheffing hebben we ook nog een saneringsheffing die we moeten ophoesten. Over de verstopte kosten van die saneringsheffing hoor je vreemd genoeg niemand.

 

Vennootschapsbelasting voor woningcorporaties

Waarom is de saneringsheffing zo duur? Dit heeft alles te maken met ons belastingstelsel, zeg ik als accountant. Woningcorporaties betalen sinds 2008 vennootschapsbelasting over al hun activiteiten, dus ook over niet-winstgevende activiteiten die zich richten op maatschappelijke doelstellingen. Dit is op zich al eigenaardig, omdat vennootschapsbelasting ooit is bedacht als een heffing op activiteiten van eigenaren of aandeelhouders van een onderneming, die aan de inkomstenbelasting onderworpen zouden zijn als ze die activiteiten zelf zouden ondernemen. Maar woningcorporaties hebben geen aandeelhouders en maken niet structureel winst. En als ze al dividend uitkeren, dan is dat maatschappelijk dividend (in de vorm van een betere betaalbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit van het wonen) en dat is belastingvrij.

 

Last-minute-maatregelen

Vóórdat Den Haag in 2008 besloot om de corporaties onder de wet op de vennootschapsbelasting te laten vallen, werden er nog snel twee belangrijke bezuinigingsmaatregelen doorgevoerd. Zo kwam er een verbod op het afschrijven op verhuurd vastgoed. Want als je corporaties verhindert om af te schrijven op hun vastgoed, dan resulteert dit in een positieve winst die vervolgens belast kan worden. Ten tweede werd bepaald dat verplichte heffingen van project- of saneringssteun door het Centraal Fonds Volkshuisvesting niet aftrekbaar waren binnen de vennootschapsbelasting, en dat uitkeringen door dit fonds onbelast bleven. En dit heeft nu grote gevolgen.

 

Financieel voordeel voor falende corporaties

De afgelopen tijd heeft het Centraal Fonds Volkshuisvesting bij alle woningcorporaties geld opgehaald om de miskleunen van collega-corporaties als Vestia en Woningstichting Geertruidenberg te kunnen 'repareren'. Deze saneringsheffing gaat voorlopig nog wel even door. Het gaat om enorme bedragen waarover de corporaties die gesaneerd moeten worden geen belasting hoeven te betalen. Hun compensatie ontvangen ze immers netto. Terwijl hun verliezen - de reusachtige derivatenportefeuille, waardeloze grondposities en nooit gerealiseerde projecten - gewoon aftrekbaar zijn. Zij hebben onafzienbare compensabele verliezen, die zullen zijn verdampt, lang voordat ze weer structureel winstgevend zijn. Tegelijkertijd is de saneringsheffing voor de corporaties die ervoor opdraaien niet aftrekbaar van de vennootschapsbelasting.

 

Leuker kunnen we het niet maken

Misschien zullen de fiscale effecten voor het merendeel van de corporaties meevallen, omdat ze momenteel nog niet zoveel vennootschapsbelasting betalen. Wat blijft wringen is dat woningcorporaties maar om één reden onder de wet op de vennootschapsbelasting gebracht zijn, met al haar onlogische bepalingen en kostbare administratieve verplichtingen: om elk jaar 500 miljoen Euro op te brengen voor het Rijk. Extra wrang is dat bij mijn weten het Rijk, in de vorm van de Belastingdienst, nog niet bereid is geweest om verkopen van woningen door noodlijdende corporaties aan collega's, vrij te stellen van overdrachtsbelasting, of de opbrengst daarvan weer in te brengen in de sanering. De overheid draagt niet bij aan de oplossing van een probleem waarvoor ze toch garant stond. Sterker nog: ze wil er zelfs aan verdienen!

comments powered by Disqus

Marc Eggermont

Marc Eggermont is ruim 12 jaar algemeen directeur van Woonbedrijf geweest. In deze periode schreef hij regelmatig blogs over de woningmarkt.

close