We staan als woningcorporatie op een kruispunt van wegen. Maar iedereen, met name de politiek, ziet slechts een rechte weg. Het kruispunt biedt keuzes met betrekking tot toekomstige richtingen: die van het doorontwikkelen van de corporatie tot een echte onderneming, óf het terugontwikkelen van de corporatie naar een taakorganisatie die op begrotingsbasis in een opgave voorziet.

 

Te groot of te klein?


Nederland telt 388 woningcorporaties. Ongeveer een derde daarvan heeft een woningbezit van minder dan 1.200 woningen. In mijn optiek is het economisch gezien verstandig om kleine corporaties te laten fuseren. Dit onderwerp is in onze sector echter een taboe. De vraag is waarom?

 

Too big to fail
Uit de recente bankencrisis kennen we de uitdrukking ‘too big to fail’. Als gevolg daarvan ziet iedereen de mogelijke gevaren van te grote woningcorporaties, ook al kun je lang discussiëren over wanneer een corporatie ‘té groot’ is. Vestia werd een groot probleem, omdat het een grote corporatie was en tegelijkertijd een veel te kleine afdeling treasury had. Hoe dan ook; binnen de sector wordt momenteel hard nagedacht over begrenzing aan de bovenkant. Maar bijna niemand ziet het gevaar van een te groot aantal piepkleine corporaties met soms een bedenkelijke professionaliteit.

 

Super-corporatie
Een te kleine woningcorporatie kan zich geen adequaat risicomanagement of gekwalificeerd bestuurder veroorloven. Ook blijft zo’n corporatie vaak achter met haar inkoopkwaliteit of investeringen in informatiesystemen. Ik vermoed daarnaast dat er een aantal kleine corporaties is met relatief grote financiële problemen: de schuld per woning is relatief hoog en de onderhoudsbehoefte ook. Regionale samenwerkingen tussen kleine corporaties, of beter nog fusies, zijn naar mijn mening dus wenselijk. In theorie zou fusie-op-fusie kunnen leiden tot een soort ‘super-corporatie’. Toch zie ik dat niet gebeuren, net zo min als dat er in onze regio ‘super-gemeenten’ ontstaan. De ontwikkeling van Eindhoven, van vijf dorpen naar een grote stad, heeft niet voor niets bijna 100 jaar geduurd.

 

Afstoten van de baan
Dan is er nog iets anders aan de hand. Stel dat Woonbedrijf te groot is. Dat zou betekenen dat we te veel woningen bezitten. Niemand zal van mening zijn dat we die woningen dan maar moeten afbreken. Woonminister Blok stelde in zijn oorspronkelijke woonakkoord voor om ze af te stoten. Dan zouden we ze moeten verkopen aan eigenaar-bewoners, wat in deze markt onwenselijk en onmogelijk is, of aan beleggers. Dankzij de afspraken die Blok op 30 augustus maakte met Aedes, de koepel van woningcorporaties, zijn die plannen van de baan. Want anders was de grootschalige renovatie van 771 woningen die Woonbedrijf uitvoert in Philipsdorp waarschijnlijk meteen de laatste geweest in Eindhoven.

comments powered by Disqus

Marc Eggermont

Marc Eggermont is ruim 12 jaar algemeen directeur van Woonbedrijf geweest. In deze periode schreef hij regelmatig blogs over de woningmarkt.

close