Met veel kabaal werd op 13 februari het woonakkoord gepresenteerd. Dit akkoord wijkt op een aantal essentiële punten af van het regeerakkoord dat door Rutte II in recordtempo werd uitonderhandeld. Nu het stof is neergedaald, wordt één ding duidelijk: het woonakkoord is slecht nieuws voor de woningcorporaties en ronduit gruwelijk voor de huurder.

 

Besparing op bedrijfslasten
De komende jaren legt het kabinet de corporaties 1,7 miljard euro aan verhuurderheffing op. Deze belasting op het verhuren van goedkope (sociale) huurwoningen kan geen corporatie zomaar ophoesten. Het gevolg is dat de huurprijzen zullen stijgen. Maar ook dat investeringen in nieuwbouwprojecten in veel gevallen van de baan zijn en dat corporaties moeten bezuinigen op onderhoud en dienstverlening. Het kabinet verwacht echter dat de corporaties als gevolg van het woonakkoord flinke efficiencyslagen kunnen boeken. Circa 10% besparing op de bedrijfslasten is volgens minister Blok haalbaar.

 

Enorme berg regelgeving
Het woonakkoord introduceert een aantal aanpassingen van de inkomenshuren, waarbij de hoogte van het inkomen bepalend is voor de huurprijs. Daarmee komt men tegemoet aan de PvdA-wens om de huurprijs te verlagen wanneer het inkomen daalt. Het woonakkoord probeert met een aantal maatregelen de privacybezwaren tegen de inkomenshuren weg te nemen. Los van de juridische haalbaarheid heeft dit serieuze consequenties voor de administratieve lasten voor de corporaties. Kort gezegd: er komt een enorme berg regelgeving over ons heen. Dat staat haaks op de beoogde efficiencywinst.

 

Kostenverhogende administratiekantoren
Een paar praktijkvoorbeelden. Wat als de corporatie een hogere huur incasseert en die over twee jaar moet gaan terugbetalen, omdat het inkomen van de huurder is gedaald? Wat als een huurder bezwaar indient tegen de door de corporatie gehanteerde inkomensgegevens van de belastingdienst? Dat recht heeft een huurder twee jaar lang. Terwijl het woonakkoord de corporaties verplicht om de inkomensgegevens na één jaar te vernietigen, op straffe van een boete van het College bescherming persoonsgegevens. De corporaties worden administratiekantoren van de belastingdienst, maar zijn daar niet op ingericht. Dat dit leidt tot kostenverhogingen, is een vanzelfsprekendheid.

 

De rekening daar waar ze thuishoort
Als je een regeling steeds opnieuw aanpast, wordt die steeds ingewikkelder. Dat kost geld en levert ergernis op. In plaats daarvan, zou je moeten terugkeren naar de vraag waar het nou eigenlijk om ging. De huursector drukt jaarlijks voor € 2,4 miljard op de rijksbegroting, want zoveel kost de huurtoeslag op dit moment. Het Rijk wil die last zoveel mogelijk verminderen, door een verhuurderheffing te introduceren. En tegelijk moet de doorstroming worden bevorderd door huurders met een hoog inkomen (die nu al geen huurtoeslag krijgen) voor die belastingheffing op te laten draaien. Gebruik dan gewoon het bestaande fiscale instrumentarium: hef huurderbelasting, in plaats van verhuurderheffing, in de vorm van een negatieve huurtoeslag voor mensen die gezien hun inkomen in een volgens het kabinet te goedkope huurwoning wonen. Dan leg je de rekening waar ze thuishoort, in plaats van op het bord van alle huurders. En wij kunnen gewoon blijven doen waar we goed in zijn: huizen bouwen en beheren, met zoveel mogelijk kwaliteit voor een zo laag mogelijke prijs.

comments powered by Disqus

Marc Eggermont

Marc Eggermont is ruim 12 jaar algemeen directeur van Woonbedrijf geweest. In deze periode schreef hij regelmatig blogs over de woningmarkt.

close