‘Beleid’ is vaak een bijeengeveegde hoop van losse vraagstukken waarvoor één oplossing geformuleerd is. Een oplossing die nooit perfect past, maar waar iedereen genoegen mee moet nemen. Tot die conclusie kwam ik laatst toen ik een bijeenkomst bijwoonde met als thema ‘Huisvesting van de zeer kwetsbare doelgroepen’. Ik ben klaar met beleid!

 

Regelkramp

Regelmatig laat ik op deze plek mijn mening over gekunsteld beleid en overmatige regelgeving doorklinken. Persoonlijk vind ik de regelkramp waarin instanties schieten de nekslag voor de creativiteit van mensen. Zelf nadenken stopt bij regels en beleid. Bovendien werkt het overconsumptie in de hand.

 

Een herkenbaar voorbeeld is de stroom van commercials van opticiens, die consumenten aansporen hun zorgvergoeding nog snel op te souperen. “Profiteer nog dit jaar van de maximale zorgvergoeding en u krijgt van ons drie brillen.” Kent u iemand die drie brillen nodig heeft? Waarschijnlijk niet. Maar er zijn genoeg mensen die vinden dat ze recht hebben op de maximale vergoeding en zo’n buitenkansje niet laten lopen.

 

Ruimte voor één miljoen mensen

Zo groot als de keuze is bij de opticien, zo beperkt is deze op de woningmarkt, waar nauwelijks beweging plaatsvindt. Te veel mensen wonen daardoor in een woning die eigenlijk niet bij hen past, zo becijferde de raad voor de leefomgeving en infrastructuur, een adviescollege voor de Nederlandse regering en het parlement.

 

In Nederland zijn 2,4 miljoen sociale huurwoningen. De helft wordt bewoond door eenpersoonshuishoudens, terwijl het meestal huizen zijn voor gezinnen. In de huidige voorraad van sociale huurwoningen is dus nog ruimte voor minimaal één miljoen mensen. Maar ingewikkelde subsidieregelingen en toewijzingsregels liggen de doorstroming dwars. Dat is vooral bij krimpende huishoudens en kwetsbare doelgroepen goed zichtbaar.

 

Slimmer samenwonen

Veranderende levensfasen zijn vaak aanleiding om een woonsituatie te willen aanpassen. Jonge ouders hebben ruimte nodig. Ouders van wie de kinderen het huis uit zijn, hebben die behoefte minder. Dat geldt in nog grotere mate voor de vele alleenstaande senioren in ons land.

 

Ik durf best de stelling aan dat een flink aantal van deze mensen niet in de optimale woning zitten, maar niet willen verhuizen vanwege de regelgeving die bepaalt dat hun huren zullen stijgen en hun besteedbaar inkomen zal dalen. Dat geldt ook voor kwetsbare doelgroepen zoals mensen met verstandelijke of lichamelijke beperkingen, ex-gedetineerden en ex-verslaafden en de groeiende groep van statushouders. Als we de bestaande woningvoorraad slimmer zouden gebruiken, ontstaan er meer huisvestingsmogelijkheden voor deze mensen. Ook zouden ze prima kunnen samenwonen.

 

Helaas werken de regels vaak de toewijzing van een hele woning aan één kandidaat in de hand. Zo krijgt in het geval van een echtscheiding de ouder die voor de kinderen gaat zorgen met voorrang een nieuwe woning. Terwijl de ander, veelal de vader, alleen blijft wonen in de woning waar voordien het hele gezin woonde. En een alleenstaande statushouder die gezinshereniging heeft aangevraagd, krijgt alvast een eengezinswoning toegewezen, die vaak pas na maanden beschikbaar komt, en de feitelijke gezinshereniging dan nog op zich laat wachten. Tijdelijke woningdeling van deze alleenstaande statushouders wordt in de praktijk ontmoedigd, bijvoorbeeld doordat ze dan hun recht op huisvesting verliezen.

 

Eén persoon een grote woning toewijzen, dat voelt als drie brillen aanbieden voor één hoofd…

comments powered by Disqus

Marc Eggermont

Marc Eggermont is ruim 12 jaar algemeen directeur van Woonbedrijf geweest. In deze periode schreef hij regelmatig blogs over de woningmarkt.

close