​Op z’n Jan Mulders

Na 13 jaar Woonbedrijf, ga ik binnenkort iets nieuws doen. 22 april is mijn laatste werkdag als algemeen directeur. Dit betekent ook het einde van mijn weblog. De afgelopen jaren heb ik me daarin verbaasd over beleidsmakers, me opgevreten over de almaar toenemende regeldwang en me verwonderd over de inventiviteit van onze Brainportregio en onze huurders. In deze blog deel ik voor de laatste keer mijn ergernissen ten aanzien van de ontwikkelingen op de woningmarkt. Op z’n Jan Mulders. Over twee weken deel ik mijn top vijf met highlights. Op z’n David Lettermans.

 

Op nummer vijf:

Huren is vaak duurder dan het kopen van een vergelijkbare woning

Nederland kent een fiscaal ongelijke behandeling van huurders en eigen woningbezitters. De hypotheekrenteaftrek is nog steeds niet echt beperkt, terwijl woningprijzen in de afgelopen acht jaar per saldo zijn gedaald en de rente al jaren historisch laag is. Huurders moeten het nog steeds doen met een huurtoeslag waar de meerderheid van hen niet voor in aanmerking komt; zij betalen de huurprijs helemaal zelf. Mede als gevolg van de verhuurdersheffing zijn de huren in de afgelopen jaren, waarin de meeste Nederlanders qua inkomen hoogstens op de nullijn zaten, relatief sterk gestegen. Dat is scheef en dat is een mooi bruggetje naar nummer vier.

 

Op nummer vier:

De mythe van de scheefwoners

Scheefwoners zijn mensen die stelselmatig worden afgeschilderd als profiteurs van een gesubsidieerde voorziening die niet voor hen is bedoeld. Terwijl woningcorporaties geen euro subsidie ontvangen en deze groep ook geen huurtoeslag krijgt. Er zijn allerlei andere redenen dan de kosten en het inkomen waarom deze mensen geen eigen woning kunnen of willen kopen: leeftijd, gezondheid, onzekerheid over inkomen, veranderingen in gezinssamenstelling. Het wegzetten van deze mensen als ‘profiteurs die doelbewust blijven plakken in een te goedkope woning’ is veel te kort door de bocht.

 

“Scheefwoners worden afgeschilderd als profiteurs. Maar zij betalen hun huur wel helemaal zelf.”

 

Op nummer drie:

De verwrongen beeldvorming rondom de huisvesting van statushouders

Als we de media mogen geloven, hebben vluchtelingen met een verblijfsstatus voorrang op een sociale huurwoning. Moeten we nee verkopen tegen reguliere woningzoekenden en is er straks geen betaalbare huurwoning meer te krijgen in Nederland. Ik ga niet gissen naar de politieke motieven die aan deze beeldvorming ten grondslag liggen. Maar als ik naar de cijfers kijk van Woonbedrijf, zie ik een andere werkelijkheid. Elk jaar komen er in onze buurten 2.000 woningen vrij. Daarvan zijn er 500 bestemd voor bijzondere doelgroepen: mensen met een urgentieverklaring, een verstandelijke of lichamelijke beperking, ex-gedetineerden en ook statushouders. We kunnen nog steeds extra statushouders huisvesten en dat heeft geen consequenties voor reguliere woningzoekenden. Past prima (inderdaad, een bruggetje naar nummer twee).

 

Op nummer twee:

De passendheidstoets, oftewel hoe pak je huurders hun keuzevrijheid af

Sinds januari van dit jaar moeten we huurders die recht hebben op huurtoeslag uitsluitend de goedkopere huurwoning aanbieden. Huurders die geen huurtoeslag ontvangen omdat hun inkomen daarvoor te hoog is, komen daardoor alleen voor duurdere woningen in aanmerking. Dat lijkt misschien eerlijker. Maar rechtvaardigt deze regelgeving de drastische inperking van de keuzevrijheid van woonconsumenten? Ik vind van niet. Want puur op basis van inkomen en gezingssamenstelling wordt bepaald waar iemand nog een woning mag huren.

 

Op nummer één:

Overregulering belemmert oplossingen voor de woningmarkt

Woonbedrijf bezit veel grote eengezinswoningen die maar door één persoon worden bewoond. Dat is onhandig als het gaat om de beschikbaarheid van woonruimte. Ik pleit beslist niet voor gedwongen woningdeling. Maar ik denk dat we momenteel erg veel regels hebben die verhinderen dat mensen, bij een wijziging in hun persoonlijke omstandigheden, hun woonsituatie aanpassen. Sterker nog, een maatregel als de mantelzorgboete straft mensen met goede intenties juist af. Je zou meer ruimte moeten bieden voor eigen keuze. Binnen Woonbedrijf proberen we om onze klanten die ruimte te geven. Helaas maakt de toenemende regeldruk dat niet makkelijk. Ik snap waar die regels vandaan komen. Er is veel misgegaan in de wereld van de volkshuisvesting. Maar Woonbedrijf en onze klanten verdienen die overregulering niet.

comments powered by Disqus

Marc Eggermont

Marc Eggermont is ruim 12 jaar algemeen directeur van Woonbedrijf geweest. In deze periode schreef hij regelmatig blogs over de woningmarkt.