Eindhoven moet de lucht in. Dat vindt tenminste burgemeester Rob van Gijzel, die tijdens zijn nieuwjaarsspeech sprak over de toekomst van de stad: “Over 20 jaar moet Eindhoven minstens 300.000 inwoners tellen om het grootstedelijke voorzieningenniveau op peil te kunnen houden.” Van Gijzel zoekt de oplossing in verdichting van de stad en meer hoogbouw. Zelf pleit ik op de eerste plaats voor een versoepeling van de regels, zodat de aanwezige capaciteit beter benut kan worden.

 

Het hogerop zoeken

Vergeleken met de vier grote steden heeft Eindhoven weinig hoogbouw. Het is daarom niet zo vreemd dat Van Gijzel het hogerop zoekt. De burgemeester wijst drie inbreidingsgebieden aan waar flats gebouwd kunnen worden. Om de noodzakelijke 80.000 nieuwe Eindhovenaren te vinden denkt Van Gijzel aan méér woningen in een compacte stad. Voorzieningen als cultuur, sport, winkelen en horeca zouden daarmee veilig gesteld moeten zijn. Wat het betekent voor voorzieningen als groen en openbare ruimte blijft ongewis.

 

Mantelzorgboete

Ik ben ervan overtuigd dat de woningvoorraad in Eindhoven groot genoeg is om de eerste groei op te vangen. Als in één op de acht huidige woningen in 2030 één persoon meer woont dan vandaag de dag, kun je de verwachte groei naar 234.000 inwoners opvangen in de bestaande voorraad. Dat is de groei die wordt voorspeld op basis van de demografische ontwikkelingen en het huidige migratiepatroon. Die brengt ons al een eind in de richting van de magische 300.000 inwoners.

 

Maar dan moeten overheid, gemeenten - en wijzelf - de regels wel versoepelen. Want alleen dan ontstaat er meer ruimte voor burgers om hun woonwensen te realiseren. Regels belemmeren die woonwensen nu nog vaak. Neem de mantelzorgboete, als gevolg waarvan mensen die bij elkaar willen wonen gekort worden op hun uitkering. Terwijl diezelfde overheid mantelzorg juist wil stimuleren. Kinderen die bij hun hulpbehoevende ouders inwonen, dat zouden we moeten toejuichen. Zo wordt een beroep op veel duurdere professionele zorg voorkomen én kun je de bestaande voorraad huizen veel beter benutten.

 

Zelf kiezen

Burgemeester Van Gijzel verwacht dat studenten en kenniswerkers de grootste bijdrage leveren aan de toename van het aantal Eindhovenaren. Voor die twee categorieën zijn allerlei collectieve woonvormen denkbaar, ook in bestaande huizen. Maar dan zou de overheid ook hier de regels moeten veranderen, bijvoorbeeld voor kamerverhuur. Als mensen er zelf voor kunnen kiezen, doordat de belemmeringen worden weggenomen, dan kun je daarmee de beschikbaarheid en de betaalbaarheid van het wonen in Eindhoven flink stimuleren, zonder dat je de stad ook fysiek compacter maakt.

 

Slimmere constructies

Eerlijk is eerlijk: ook onze eigen regels bevatten nog veel belemmeringen voor een betere benutting van onze woningvoorraad. Veel van onze woningen zijn gebouwd in de jaren zestig en zeventig en berekend op traditionele gezinnen. Veel ouderen wonen nu alleen of hooguit met zijn tweeën in een te groot huis, waardoor de bezettingsgraad van huizen in delen van Eindhoven is gedaald van 3,6 naar 1,6. In enquêtes geven deze mensen aan best kleiner te willen wonen, maar ze willen ook graag in de wijk blijven. Hun huizen zijn nog te goed om te slopen. Met wat aanpassingen kunnen mensen er nog jaren wonen. Je zou slimmere constructies moeten bedenken om het hele huis beter te benutten.

Het combineren van inschrijftijd of het behoud van inschrijftijd bij samenwonen zijn richtingen waarin je kunt denken. Dat levert niet alleen een bijdrage aan de beschikbaarheid van woningen voor een groeiende bevolking, ook de betaalbaarheid is ermee gediend: als je de woning deelt, deel je immers ook de kosten.

comments powered by Disqus

Marc Eggermont

Marc Eggermont is ruim 12 jaar algemeen directeur van Woonbedrijf geweest. In deze periode schreef hij regelmatig blogs over de woningmarkt.

close